YHWH is mijn Herder, schreef David. Ik stel het me zo voor dat David daar in de heuvels, met zijn kudde schapen was. Om hem heen het heldergroen gras, duizenden bloemen, een kabbelend beekje en een blauwe lucht. Terwijl hij genoot van zijn tevreden schapen die vredig aan het grazen waren, waren Davids gedachten gevuld met Gods liefdevolle zorg. En onder inspiratie van de Heilige Geest schreef hij toen deze psalm.
De goede Herder
"DE HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets"(Ps 23:1 HSV)
De Heilige Geest openbaarde aan David de overeenkomst tussen God en een goede Herder. In de zorg die David droeg voor zijn schapen, was de zorg van de Vader te zien voor Zijn kinderen. God zorgt als een goede herder voor zijn schapen. Ean hoe goed doet God dat? Zo ongelofelijk goed. Het ontbreekt mij aan niets, schrijft David in vers 1. Wow! En ook het volgende vers laat dit zien. Daarin wordt gesproken over grazige weiden en stille wateren, waar we zachtjes naartoe worden geleid. Heerlijk! Je doet je ogen dicht en kan het zo voor je zien: groen gras, helder water, een vredige omgeving. En daarin ben jij, als schaapje, van alles voorzien en helemaal tevreden.
Ogen open
Maar wat zie je als je je ogen opendoet? Is er om jou heen een vredig tafereel? Want wat kan er veel gebeuren in het leven waardoor niets meer lijkt op grazige weiden en stille wateren. Misschien stormt het om je heen of lijkt alles dor en droog. Of voelt het alsof je door een dal vol schaduw van de dood bent?
"Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij". (Ps 23:4 HSV).
Waarom? Waarom ben ik hier? In dit dal, weg van die vredige plek. Heeft U mij hierheen geleid Vader? U bent toch mijn Herder? Als ik goed deze psalm lees, staat er niet dat God je naar het dal leidt. Nergens noemt David dat de Herder hem naar deze plek vol schaduw van de dood heeft geleid. Dat zou ook niet passen bij de vorige verzen, waarin we lezen over de goedheid van de Herder. Want welke goede herder doet zoiets? Maar blijkbaar is David wel in dit dal terechtgekomen. Helaas gebeurt dit, dat weten we allemaal. Aan deze kant van de eeuwigheid gebeuren er dingen waardoor we in een dal kunnen komen, voor korte of langere tijd. Gelukkig houdt de psalm daar niet op! David spreekt zijn vertrouwen uit in de goede Herder, want Die is bij hem.
YHWH is erbij
Ik vrees geen kwaad, zegt David, want U bent met mij. Van een bijbelleraar hoorde ik dat de woorden ‘U bent met mij’ het midden van deze psalm zijn. Als je kijkt naar het aantal Hebreeuwse woorden voor dit stukje, en het aantal na dit stukje, dan is dat gelijk. Er zijn 26 woorden voor, en 26 woorden na dit stuk. De woorden ‘U bent met mij’ staan dan precies in het midden. 26 is een bijzonder getal. In het Hebreeuws heeft elk woord een waarde. En de Naam van onze God, de naam YHWH, heeft een getalswaarde van 26. Dit korte stukje, U bent met mij, is het midden en daarmee de kern van deze psalm. En deze psalm verwijst in alle opzichten naar dit stukje. Het verwijst naar YHWH, naar de God die er altijd is. Hij die is, die was en die er altijd zal zijn. Het maakt niet uit hoe je in het dal bent gekomen, Hij is daar. Zelfs daar is Hij erbij. Er is geen plek waar Hij je niet kan bereiken. Zelfs in deze donkere, duistere plek is Hij.
Belofte
Jezus weet hoe erg we de goede Herder nodig hebben. Vlak voordat Hij terugging naar de Vader, gaf Hij nog enkele belangrijke woorden mee aan Zijn discipelen. De grote opdracht kennen we allemaal. Maar daarna staat er nog een belofte. Een belofte die we elke dag van ons leven bij ons mogen dragen. Die ons helpt op de dagen dat het gras niet groen is, en het riviertje niet rustig kabbelt.
"En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld" (Matt 28:20 HSV).
Met deze belofte mogen wij verder op reis gaan. Geleid door de Herder, in de wetenschap dat Hij er altijd bij is. Want Hij is een goede herder.
Geschreven door: Marije van Dam