De zon brandt op mijn hoofd, het stof kruipt tussen mijn tenen en voor me loopt Jezus. Ik doe mijn best om Hem bij te houden. Stel je voor dat je drie jaar met Jezus mag meelopen. Waar zou jij dan op letten? Ik zou vooral dicht bij Hem willen blijven. Kijken waar Hij stopt. Luisteren naar Zijn stem. Ontdekken wie Hij ziet tussen de mensen die ik gemakkelijk voorbijloop. Waarschijnlijk zou ik me regelmatig afvragen waar Hij in vredesnaam naartoe gaat. Jezus volgen betekent dat Hij vooroploopt. Ook als ik zelf een andere route had bedacht.


Zo dicht mogelijk

Ik dacht dat leerling zijn betekende dat ik vooral veel van Jezus moest leren. Onderweg merk ik dat ik vooral Hém wil leren kennen. Daarom blijf ik dicht achter Hem. Er bestaat een oude Joodse wens: ‘Moge je bedekt worden met het stof van je rabbi.’ Hier zie ik hoe Jezus naar mensen kijkt, hoor ik hoe Hij spreekt en ontdek ik wat Hem raakt. Wanneer Hij tot Zijn Vader bidt, zegt Hij: ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt’ (Johannes 17:3, HSV). Die woorden raken aan mijn verlangen. Ik wil Hem kennen. Steeds dichterbij. Steeds vertrouwder.


Ik herken Zijn stem

We lopen verder en overal klinken stemmen. Mensen roepen naar Jezus, stellen vragen en spreken Hem tegen. Tussen al die stemmen raak ik vertrouwd met die van Hem. Ik hoor hoe Hij spreekt tegen een vrouw die wordt veroordeeld, tegen een zieke die al jaren wacht en tegen Zijn leerlingen wanneer ze Hem weer eens niet begrijpen. Dan zegt Jezus: ‘Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij’ (Johannes 10:27, HSV). Vooral die woorden blijven bij me: ‘Ik ken ze.’ Terwijl ik Zijn stem leer kennen, kent Hij mij al. Met alles wat er in mij leeft, loop ik achter Iemand aan voor Wie ik geen onbekende ben. Als Hij zegt: ‘Kom’, wil ik meegaan.


Zijn tempo, niet het mijne

Ik loop lekker door. In mijn hoofd weet ik al waar we heen moeten en het liefst voer ik het tempo wat op. Dan stopt Jezus bij iemand langs de weg. Even later wil ik blijven en loopt Hij verder. Bij Lazarus begrijp ik Hem helemaal niet. Zijn vriend is ernstig ziek en Jezus wacht twee dagen voordat Hij vertrekt. Ik zou al lang onderweg zijn. Toch blijf ik bij Hem. Soms is dat alles wat volgen van me vraagt. Niet begrijpen waarom Hij wacht, wel dichtbij blijven. Niet weten waar we uitkomen, wel mijn pas aanpassen aan die van Hem. Wanneer Jezus weer in beweging komt, ga ik mee.


Kijken met Zijn ogen

We lopen door een drukke straat. Ik zie vooral mensen. Jezus ziet Zacheüs in een boom. Even later probeer ik kinderen bij Hem vandaan te houden en roept Hij ze dichterbij. Een blinde langs de weg begint te schreeuwen. De menigte wil hem stil krijgen. Jezus blijft staan. Bij Jezus verdwijnt niemand in de massa. Zijn ogen vinden degene aan wie ik voorbijloop. Doordat ik dicht achter Hem loop, ga ik ze ook zien. De mens die alleen staat. Degene naar wie niemand luistert. Iemand die al honderd keer over het hoofd is gezien. Soms ben ik al doorgelopen voordat ik merk dat Jezus achter me is gebleven. Dan keer ik om, want ik wil zijn waar Hij is.


Steeds meer op Hem lijken

Onderweg gebeurt er iets met mij. Zijn geduld legt mijn ongeduld bloot, Zijn bewogenheid raakt mij en Zijn liefde schuurt langs mijn snelle oordeel. Soms is dat ongemakkelijk. Toch hoef ik mezelf niet krampachtig te veranderen. Ik mag dicht bij Hem blijven en de Heilige Geest doet Zijn werk. Zo krijgt het leven van mijn Rabbi steeds meer ruimte in mij. Misschien is dat waarom ik het beeld van het stof zo mooi vind. Ik loop achter Jezus en ongemerkt blijft er iets van Hem aan mij hangen. Aan het einde van de weg zit er hopelijk veel meer van mijn Rabbi aan mij dan alleen Zijn stof.


Ook als de weg moeilijk wordt

Niet iedere weg die Jezus kiest, zou ik zelf gekozen hebben. Soms kost Hem volgen mij iets wat ik liever vasthoud: mijn plannen, mijn gelijk, mijn behoefte aan controle. Soms staat Hij voor een afslag waar ik liever rechtdoor zou gaan. Dan merk ik hoeveel gemakkelijker het is om Jezus te bewonderen dan Hem te volgen. Een bewonderaar kan blijven staan wanneer de weg moeilijk wordt. Een leerling blijft dicht bij zijn Rabbi. Ook met vragen. Ook wanneer hij niet begrijpt waarom deze weg nodig is. Ook als het iets kost. Ik hoef de weg niet te vertrouwen. Ik mag Degene vertrouwen Die voor mij loopt.


Loop vandaag achter Hem aan

De uitnodiging waarmee deze weg begon, klinkt nog steeds: ‘Volg Mij.’ Ook vandaag mag ik dicht bij Jezus blijven. Zijn stem herkennen tussen alle andere stemmen. Mijn pas aanpassen aan de Zijne. Kijken waar Hij naar kijkt en stoppen waar Hij stopt. Ik weet niet altijd waar de weg heen gaat. Dat hoeft ook niet. Jezus vraagt mij niet om de hele route te kennen. Hij vraagt mij om Hem te volgen. Diezelfde uitnodiging geldt voor jou. Waar je vandaag ook bent en hoe de weg voor je eruitziet, blijf dicht bij Hem. Luister naar Zijn stem, kijk waar Hij gaat en zet je volgende stap achter Hem aan.


Geschreven door Petra Wijgerse

Inschrijven nieuwsbrief

.