De gemiddelde vrouw heeft een goed gevulde kledingkast. Iedere dag maken we een keuze uit wat daar hangt en met die kleding laten we iets van onszelf zien aan de buitenwereld. Wat we aantrekken beschermt ons en vertelt iets over wie we zijn. Minder zichtbaar is dat we ons ook van binnen kleden, vaak zonder dat we het beseffen. In onze innerlijke kledingkast hangen een mantel van schuld, een kleed van rouw en een overjas van schaamte, kledingstukken die we geneigd zijn dagelijks aan te trekken. God wil Zich bemoeien met onze innerlijke kledingkast. Zijn Koninkrijk heeft namelijk een dresscode, een dresscode die koninklijke kleding vraagt. Die kleding maakt Hij Zelf, Hij reikt ze ons aan en wil ze met liefde over ons heen leggen.


Waarom wij ons kleden

Sinds Adam en Eva dragen mensen kleding, omdat na de zondeval schaamte en kwetsbaarheid geboren werden en bedekking nodig werd. In Bijbelse tijden droeg je een onderkleed dicht op de huid en daarover een mantel die zichtbaar was voor anderen. Kleding zei vaak iets over plaats en waardigheid. Een schaapherder had bijvoorbeeld andere kleding dan een koning. Ook vandaag helpt kleding om je veilig te voelen en om te laten zien wie je bent. Maar we dragen niet alleen aan de buitenkant kleding. Ook van binnen dragen we lagen om pijn te verbergen, onszelf te beschermen en vast te houden aan wie we denken te moeten zijn.


God ziet ons met onze lagen

Die innerlijke kleding is vaak zo vertrouwd geworden dat we ons nauwelijks nog afvragen wat we eigenlijk dragen. Schuldgevoel kan verkleefd zitten aan je huid, schaamte kan als een zware jas om je heen hangen en rouw kan zich nestelen als een tweede huid. God is niet bang voor deze lagen. Hij ziet je, mét alles wat je draagt, en kijkt je aan met bewogenheid en liefde. In Zijn nabijheid hoef je niets af te leggen om welkom te zijn, omdat Hij je ontmoet zoals je nu bent. Juist daarom wil Hij je niet laten bezwijken onder alles waarmee je je bedekt hebt, maar je voorzichtig en met zorg bevrijden van wat je belemmert om vrij te leven.


Oude kleren uit

God laat ons niet staan in wat we dragen, maar nodigt ons uit om dichterbij te komen en eerlijk te worden over wat we aan hebben. Schuld, schaamte en rouw hoeven niet verborgen te blijven; Hij ziet het al lang. Sommige kleren hebben we zelf aangetrokken om te overleven, andere zijn ons aangedaan door wat we hebben meegemaakt, maar niets daarvan schrikt God af. Met zorg en geduld neemt Hij oude kleren af, laag voor laag, niet ruw en niet gehaast, maar precies afgestemd op wat wij aankunnen. Zo ontstaat er ruimte voor iets nieuws.


Bekleed door God

Wanneer God oude kleren afneemt, laat Hij ons niet bloot en onzeker achter. Hij begint dicht bij de huid en reikt een nieuw onderkleed aan, het kleed van het heil, omdat Hij onze schuld wegneemt en ons reinigt. Dat onderkleed durven we vaak wel aan te nemen, omdat we weten dat we vergeving nodig hebben en verlangen naar een nieuwe start. Maar God blijft daar niet staan. Hij wil ons niet half gekleed laten rondlopen, alsof we wel vergeven zijn maar ons nog steeds klein houden. Daarom reikt Hij ook een mantel aan, de mantel van gerechtigheid, een prachtige feestmantel die laat zien wie je bent in Zijn Koninkrijk.

Het is een mantel waarin de goedheid en grootheid van de Maker zichtbaar worden, een mantel waarin je mag schitteren, niet door jezelf, maar door wat Hij over je leven heeft gelegd. Juist met die mantel worstelen we vaak, omdat hij groter voelt dan wijzelf en niet past bij hoe we ons van binnen voelen. Het kleed van God is een heel persoonlijk kleed. Je kleed lijkt op een herinneringsquilt: gemaakt van allemaal kleine stukjes stof waar een herinnering aan vastzit. Zo zal God ook alle draden en stofjes van je persoonlijke verdriet en lijden gebruiken in een speciaal kleed voor jou.

God nodigt ons uit om ook die mantel aan te trekken, omdat Hij ons niet alleen wil redden, maar ons ook wil kleden als dochters met koninklijke schoonheid en waardigheid.


Leven in nieuwe kleding

Die nieuwe kleding draag je niet in één keer vanzelf, dat is een proces. In dat proces ontdek je ook hoeveel andere mantels je nog draagt. Mantels van zelfbescherming, van alles zelf willen oplossen of van eigen zekerheid. Ze waren misschien ooit nodig, maar nu mogen ze worden afgelegd. De Heilige Geest helpt daarbij, geduldig en liefdevol. Zo groeit er ruimte om met Jesaja te zeggen: “Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil, de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan” (Jesaja 61:10, HSV).

Misschien helpt het om vandaag even stil te staan bij wat jij draagt, nog voordat je de dag ingaat. Welke mantel heb je als eerste aangetrokken, van binnen, zonder erbij na te denken? Je mag die vraag meenemen in gebed en aan God vragen welke kleding Hij jou vandaag wil aanreiken. Laat je kleden door Hem, want Hij weet precies wat jou past en wat jou laat stralen.


Geschreven door Petra Wijgerse

Inschrijven nieuwsbrief

.