fbpx
Rusten in God; wanneer de Herder je doet neerliggen.

Rusten in God; wanneer de Herder je doet neerliggen.

Geschreven door Annejo Geijteman 29 augustus, 2022

Nog even dit en nog even dat. Hier nog even heen? Dat nog even meepikken? Ja joh, kan wel. Rusten? Dat doe ik ‘s nachts toch? Een jaar geleden had ik het druk, heel druk. Ik was op mijn manier veel bezig, voor anderen, voor mezelf. Ondanks mijn fibromyalgie pakte ik alles aan. Ik wilde dienstbaar zijn, ik wilde graag dingen doen. Dat gaf mij betekenis, dat gaf mij rust van
binnen. Als ik wat deed, dan was ik iemand. Ik was een druk schaapje, en ik rende lekker vooruit op de kudde. Tot de Herder mij drastisch tot stoppen riep, en mij liet nederliggen in grazige weiden, aan stille wateren, tot huilen aan toe.

Tot een halt geroepen door mijn lichaam

Het begon met hoofdpijn. De pijnstillers die ik al jaren nam werkten opeens niet meer. In één week ging ik vijf keer naar de huisarts, waarvan twee keer naar de huisartsenpost. Ik had zo’n hoofdpijn dat ik soms lag te gillen op de bank. Dat duurde een week en daarna was het een dag stil. En toen verspreidde de pijn zich door mijn hele lichaam. Ik zal het medische verhaal achterwege laten, maar ik gebruik nu elke dag oxycodon om te kunnen bewegen, om te kunnen functioneren, om uit bed te komen. Ik heb een half jaar praktisch niets kunnen doen. Ik moest alles opgeven, alle dingen die ik deed. Mijn hobbies, mijn vrijwilligerswerk, het helpen van anderen. Het enige wat ik kon doen was rusten en hopen dat de pijn zou wegebben in dat vreselijke stormgetijde van pijn die in golven over mijn lichaam spoelde. In die tijd ging op zoek naar de Enige waar ik troost kon vinden: Jezus.

Gepeld als een ui, hoe ik mijn identiteit in Christus vond

Urenlang luisterde ik preken en onderwijs, ik las de Bijbel als nooit tevoren, ik begon voor het eerst van mijn leven echt van aanbiddingsmuziek te houden. Ik ging zingen, thuis, op alle avonden die de kerk aanbood. Ik ging echt genieten van lofprijs. Ik verdiepte me steeds meer en meer in mijn geloof. En ondertussen pelde God mij als een ui. Alle lagen moesten eraf, die harde bruine schillen. Ik moest loslaten dat mijn identiteit lag in wat ik deed. Ik moest mensen loslaten die niet goed voor mij waren, niet omdat zij niet goed waren, maar omdat ik verder moest. Ik moest leren rusten in God. Hoe vaak had ik Psalm 23 wel niet gehoord en gelezen? De Heer is mijn Herder. Maar ik had het nooit begrepen, nooit doorleefd! De Heer is mijn Herder! Jezus hoedt mij als een schaapje, een dwars onrustig schaapje dat moest leren rusten en dat werd stopgezet. Mijn Heer leidde mij met Zijn stok en staf naar de grazige weiden en stille wateren van zijn aanwezigheid en zei: rust.

Door de pijn heen naar een nieuw besef van Hem

Ik heb wat afgemekkerd hoor in dat jaar; mijn stem doen horen aan de Herder. Ik ben boos, ik ben verdrietig, ik kan dit niet, ik wil dit en ik wil dat. Ik wil mijn leven terug. Maar langzamerhand ging ik ontdekken dat er een veel mooier, een veel beter leven voor mij lag. Een leven waarin de Heer zich ook langzaam liet ontsluieren. Waar bij mij de harde verweerde lagen eraf moesten, liet Hij zich ook steeds meer zien en ervaren, steeds een beetje meer, stukje bij beetje. Als ik iets losliet, gaf Hij me iets van zichzelf terug. Zijn stok en staf, die ik altijd een beetje had gevreesd, gingen mij echt vertroosten. Ik begon te beseffen dat Hij me niet zomaar stil had gezet, Hij had mij stil gezet voor Zichzelf. En daar kan ik gewoon stil van worden. Wat een genade.

Wanneer de woestijn zal gaan bloeien

Af en toe ben ik nog steeds een dwars schaapje, dat boos is. Dat moeite heeft met de pijn, met de grenzen van mijn kunnen. Dat het uitschreeuwt naar de Herder: waar bent U? Maar Hij laat zich altijd vinden, altijd kennen. En soms begin ik er zelfs van te genieten, die grazige weiden, die stille wateren. Wat een rust, om de haast van de wereld achter je te mogen laten, en je alleen op het tempo van de Leidsman te mogen richten.

Zelfs in de diepste pijn zit een kiem die mag uitgroeien tot een prachtige loot. Daar houd ik mij aan vast, ook op de dagen dat ik niets kan doen, wanneer ik alleen kan liggen, alleen kan rusten. En ik wacht op de dag dat ik dat groene puntje door die harde woestijngrond heen zal zie breken.

De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren;
Hij verkwikt mijn ziel

PSALM 23
Nbg51

Lees ook: Leven in afhankelijkheid met een gebroken lichaam & Achter het masker

You may also like